regenvoorzondvloed

 

Het kan heel goed dat je je deze vraag nog nooit hebt afgevraagd. Mogelijk denk je zelfs iets als ‘hoe kom je daar nou weer bij’, of ‘waarom zou ik mij over zoiets druk maken’. Ik vind het vooral een interessante vraag omdat het linkt aan de ‘oorzaak’van de zondvloed.

Voor dit artikel ga ik uit van de aanname dat de zondvloed letterlijk heeft plaatsgevonden zoals beschreven in de bijbel en dat deze wereldwijd was. Wederom ben ik mij ervan bewust dat er argumenten zijn om aan beide feiten te twijfelen, maar daar gaat dit artikel niet over.

Waarom zou het mogelijk niet regenen voor de zondvloed?

Er zijn voor mij twee redenen waarom ik de mogelijk dat het voor de zondvloed niet regende ben gaan verkennen:

  • Er wordt voor de zondvloed nergens vermeld dat het regende of dat er wolken waren.
  • Het lijkt erop dat pas na de zondvloed voor het eerst een regenboog plaats vindt.

Geen wolken of regen?

In Genesis 2 wordt voor de schepping van de mens vermeld dat er een damp uit de aarde opsteeg die de aarde bevochtigde en dat het nog nooit geregend had. Je zou kunnen zeggen dat na de schepping (of na de zondeval) deze staat van bevochtiging door een damp uit de aarde is overgegaan in regen. Maar dit staat er niet. Er wordt nergens melding gemaakt van wolken of dat het regende voor de zondvloed. Het maakt ook de spot van de tijdgenoten van Noach extra logisch als het fenomeen regen niet eens bekend was.

Het kan natuurlijk dat het wel regende, maar dat dit gewoon niet vermeld wordt. Je blijft dan echter met de vraag zitten hoe en wanneer de bevochtiging door damp uit de aarde is overgegaan naar bevochtiging door regen.

Introductie van de regenboog

De bijbel wekt de indruk dat er voor de zondvloed nog nooit een regenboog was geweest. Dit acht ik zeker niet bewezen, maar als je ziet hoe God de regenboog beschrijft wekt dit de indruk dat Noach niet wist wat een regenboog was.

Als er voor de zondvloed nog nooit een regenboog was gezien kom je snel tot de conclusie dat het voor de zondvloed niet regende. Of God moet de natuurwetten hebben aangepast.

De zondvloed als omslagpunt?

Er lijkt sowieso meer aspecten die mogelijk veranderd zijn bij of rondom de zondvloed. Na de zondvloed lijkt de leeftijd die mensen bereiken snel te kelderen.. De hof van Eden is verdwenen en dan heb je nog de wat meer controversiële aspecten als reuzen die toen blijkbaar leefden en theorieën over wat de zonen van God die voortplantte met de dochters van de mensen precies inhoudt. Maar daar zal ik in dit artikel niet op ingaan.

Mogelijke uitleggingen waarom het niet regende

Er zijn verschillende theorieën die beschrijven wat dit inhoud. In Genesis 1:6 wordt gesproken over het water onder wat gescheiden wordt van het water boven door een uitspansel.

Verder wordt er gesproken over water wat van beneden kwam en water wat van boven kwam bij de zondvloed.
Hydroplaattheorie
Binnen de hydroplaattheorie[1] wordt er van uitgegaan dat het uitspansel in Genesis 6 de aarde /de grond is[2]. Dat er een laag water onder het aardoppervlak was en dat er oppervlakte water was op de aarde. Vanuit deze laag kan de waterdamp die opsteeg verklaard worden en de reden waarom dit op is gehouden. Bij de zondvloed zie je namelijk water van boven en onder komen. Volgens de hydroplaattheorie is het water wat onder de aarde zat doorgebroken. Dit leidt tot water van boven en onder. Je zou hiermee ook de breuklijnen verklaren. Dit zijn dan de plekken waar de aarde openscheurde en waar het water naar buiten is gekomen.

Gewelftheorie
Een andere theorie is de gewelf theorie. Deze theorie gaat er vanuit dat de hemel (atmosfeer) het uitspansel is waar Genesis over spreekt als er gesproken wordt als scheiding tussen water en water. Het idee van deze theorie is dat er een laag waterdamp of ijs om de atmosfeer heen lag voor de zondvloed en dat deze naar beneden is gekomen. Als hier kritisch naar gekeken wordt zie je al snel dat hiermee in ieder geval niet alle regen verklaard kan worden. Ook is er dan geen (of in ieder geval een veel minder sterk )antwoord voor het water wat van onder kwam. Tenzij je deze theorie en de hydropaat theorie combineert.

IJskometen en de as van de aarde
Zowel bij de gewelf theorie als bij de hydroplaattheorie spelen (ijs)kometen een rol. Bij de gewelftheorie zou een komeet de ijslaag verbrijzelt kunnen hebben en als ijskomeet neer zijn gestort.
Bij de hydroplaattheorie is het uitgangspunt dat het water onder zoveel druk onder de aardlaag vandaan kwam dat dit zelfs tot buiten de atmosfeer kon komen en zo als ijskometen in ons zonnestelsel terecht zijn gekomen. Beide theorieën bieden daarmee ook een mogelijke verklaring voor de ijstijd en de vorming van gletsjers.

Verder is er nog de kwestie van de ashelling[3] van de aardas. De aardas is scheef, waar de meeste planeten een rechte as hebben. Verder zijn er meerdere aanwijzingen dat de aardas niet stabiel is maar wiebelt. Deze wiebeling neemt af en zou zowel door de inslag van een forse komeet als door de kracht van het openbreken van de aardlaag verklaard kunnen worden.

Conclusie:

Voor beide theorieën geldt dat een dergelijke gebeurtenis een aanzienlijke verandering in de atmosfeer teweeg gebracht zal hebben. Het kan prima bij beide theorieën dat het oppervlakte water en daarmee het water in de lucht hiervoor dusdanig lager was dat er geen of nauwelijks sprake was van neerslag.

Verder bieden ze beiden een verklaring voor de zondvloed zelf. De ijstijden en mogelijke uitsterven van de dinosaurussen. Ook lossen ze een aantal problemen op binnen de ‘jonge aarde / letterlijke 6 dagen schepping’ visie. Zoals de hoeveelheid steenkool/ aardolie in de aarde. Wellicht dat ik daar in de toekomst nog eens een artikel aan zal wijden.

Ik ben jaren uitgegaan van de gewelftheorie, maar tijdens het onderzoeken voor dit artikel kwam ik de hydroplaat theorie op het spoor. Deze vond ik sterker (onderbouwd) dan de gewelftheorie. Tevens kwam ik nogal wat problemen en bezwaren[4] bij de gewelftheorie op het spoor. Ik neig nu dus naar de hydroplaat theorie.

 

[1] http://home.kpn.nl/genesis/Deel2/Hydroplaten.htm
[2] De uitdrukking “uitspansel des hemels” wordt vier keer gebruikt in Genesis 1:14-20 en kan afhankelijk van de context vertaald worden met lucht, atmosfeer of hemel. In Genesis 1:6-8a wordt de term “uitspansel” (zonder toevoeging) gebruikt en zou in dit geval kunnen slaan op de aardkorst. Dit is in ieder geval het uitgangspunt qua interpretatie van deze tekst binnen deze theorie.
[3] Ashelling van de aarde. George F. Dodwell was een astronoom in dienst van de regering van zuid Australië van 1909 tot 1952. Rond 1935 raakte hij geïnteresseerd in historische veranderingen van de ashelling van de aarde. Hij verzamelde bijna 100 historisch betrouwbare metingen van vroegere astronomen. Deze omvatten een periode van 4000 jaar. In die periode nam de ashelling langzaam af van 25º10″ tot de huidige waarde van 23º27″. Op basis van de afname curve, kwam Dodwell tot de conclusie dat deze omstreeks het jaar 2345 v. Chr begon 23
Bron: 23.
Barry Setterfield, “An Investigation That Led to Unexpected Results by the Late Mr. G. F. Dodwell, B.A., F. R.A.S., South Australian government Astronomer, 1909 – 1952,” Bulletin of the Astronomical Society of South Australia Inc., September 1967.
[4] http://home.kpn.nl/genesis/Deel3/faq_gewelf.htm